Zo! 54% van alle policonsulten van een ziekenhuis kan op afstand

Wat veel patiënten en mantelzorgers al lang wisten: niet alle bezoekjes aan een poli zijn zinvol en efficiënt. Polibezoeken vinden plaats omdat het hoort, niet omdat het helpt. Helaas trek je die conclusie als de tijd al is verspild.

Ik lees een rapport van Gupta: Corona: katalysator of struikelblok voor groenere ziekenhuiszorg?

Op basis van de ervaringen van de afgelopen maanden becijferen de onderzoekers dat veruit de meeste (beeld-)belconsulten behouden kunnen blijven zonder daarvoor grote stappen te hoeven zetten. Vervolgens concludeert Gupta dat 54 procent (!!) van alle policonsulten straks op afstand kan plaatsvinden. Dat is fijn voor patiënten: minder tijd en minder kosten. En ook mooi meegenomen is bijvoorbeeld een vermindering van CO2-uitstoot van wat normaal zo’n 10.000 huishoudens produceren, qua omvang vergelijkbaar met Weesp.
‘Op afstand’ wordt dan de standaard. Ik hoef alleen te komen als het echt nodig is.
De volgende keer dat ik geacht wordt voor een bezoek aan de polikliniek op te komen draven, ga ik erop aansturen dat dat ‘op afstand’ gebeurt. Nu nog uitvogelen wat dan de goede vragen zijn die ik als patiënt kan stellen. Iemand suggesties?

#100manierenominvloeduitteoefenen

Hè? Andere app voor beeldbellen met therapeut omdat gratis proefperiode stopt?

De laatste maanden krijg ik via beeldbellen Cesartherapie, en dat bevalt uitstekend. Voor mij geen reistijden, wachttijden, gehaast vanuit werk aan begin of eind van de dag (met veel drukte op straat) naar een andere plek. Gewoon rustig en ontspannen in mijn vertrouwde omgeving thuis. En met de techniek gaat het ook prima.

Ook mijn therapeut ziet de voordelen: mensen die in hun eigen omgeving meer op hun gemak zijn bijvoorbeeld. Een ander voordeel is dat aanwijzingen geven voor bijvoorbeeld werken aan een aanrecht je direct in de eigen keuken van de patiënt kan doen.

Na een aantal keer krijg ik het bericht dat er een andere app voor het beeldbellen gebruikt gaat worden. Ik ben dan nieuwsgierig waarom dat is. En wat blijkt: de gratis proefperiode was voorbij. Oh, ja, natuurlijk.

Maar gedurende de therapie bleef dit antwoord wel in mijn hoofd hangen, met als belangrijkste punt: zien jullie op afstand therapie geven alleen als een tijdelijke situatie? Wil je als praktijk niet eens investeren in een betaalde app?

Ik besluit de vraag ook maar gewoon te stellen. Nee, nee, we zijn op zoek naar de beste app, is het antwoord. Want beeldbellen willen ze zeker behouden.

Ik hoop maar dat ik door mijn vraag te stellen, nog eens extra bevestig dat de mogelijkheid om op afstand therapie te krijgen voor mij echt belangrijk is.

(Ook geplaatst op LinkedIn. #100manierenominvloeduitteoefenen)

Gangmakers en gemeenschapskracht

“Kijk eens goed naar een oude barstende asfaltweg. Je ziet scheuren waartussen nieuwe plantjes kiemen”.

Ik lees deze zinnen en voel direct een verlangen om die nieuwe plantjes te ontdekken. Voor mij staat dat voor initiatieven en activiteiten die tegen de gebaande wegen in groeien en bloeien. Maar hoe moet ik dat doen? En als ik ze vind, wat doe ik er dan mee?

De quote over de oude asfaltweg komt uit het boek ‘Werken aan de wakkere stad’ van Jan van Ginkel & Frans Verhaaren. Een boek waar ik bij lezing heel blij van werd. De auteurs zijn in staat om een aantal van mijn wat impliciete en intuïtieve opvattingen over gangmaken en veranderen in gemeenten en organisaties goed te verwoorden. Hieronder geef ik een paar voorbeelden.

Lees verder Gangmakers en gemeenschapskracht

Over gangmakerschap praten is helpend

Op 6 april jl. spraken wij tijdens een meet up van Mariëlle Schipperen over gangmakerschap onder het motto “Voel jij de wind van verandering?¨. Wij denken dat je geen procedure kunt ontwikkelen voor gangmakerschap, maar dat je het wel kunt versterken. Bijvoorbeeld door er met anderen over te praten. Of doordat jij gangmakers ruimte geeft. De reacties op 6 april bevestigen deze gedachte. Enkele citaten: “het is helpend om te bedenken hoe ik iets gangmakend zou doen”. “Over gangmakerschap praten is helpend”. “Als manager besef ik dat ik ruimte moet maken voor gangmakers: wie zijn het en hoe kan ik hen faciliteren”

Ga voor meer informatie naar gangmaken.nu

 

Oproep tot gangmaken. En dan?

Jeroen Homberg heeft een blog geschreven met de titel “Met spoed gezocht: gangmakers, lef en een regelvrije zone.

“Durf de gangmaker en voorloper te zijn”. Dat is een oproep die als muziek in de oren klinkt. Die hoor je ook op andere plekken in het sociaal domein. Ik vermoed dat veel lezers zo’n gangmaker willen zijn, maar dat niet kunnen omdat er te weinig ruimte is.

Gangmakers werken vanuit de bedoeling en hebben een drive, zijn pro-actief en kunnen aan het werk zonder plan. Ze komen op hun pad belemmeringen tegen, in zichzelf en in hun omgeving. En dat soort obstakels en wegversperringen overwinnen, negeren of omzeilen is ook het werk van gangmakers. Gangmaken is een talent, dat je kunt versterken. Door doen, studeren, reflecteren etc.

En dat is nu precies waar Daphne, Lia en ik volop mee bezig zijn en anderen ook gunnen!

Integrale zorg voor zorgmijders

Deze week waren we te gast bij een kleine zorgaanbieder. Deze organisatie is als één van de weinige gespecialiseerd in de zorg voor “zorgmijders”: mensen die zorg hard nodig hebben, maar die dat van zichzelf niet vinden. Vaak is er sprake van psychiatrische problematiek, of niet-aangeboren hersenletsel. Dikwijls zijn deze cliënten vooral een risico voor zichzelf. Deze organisatie biedt behandeling, begeleiding, hulp aan huis, alles wat er maar nodig is.

Wat deze organisatie nog bijzonderder maakt is dat ze ernaar streeft alle vormen van zorg door zo min mogelijk hulpverleners te laten uitvoeren. Dat is echt integrale zorg.  Daarmee vallen ze buiten de vaste kaders. Het probleem is dan dat de financiers niet over de brug komen.  Als iemand én huishoudelijke hulp én een behandeling geeft, valt dat zowel onder de WMO en onder de Zorgverzekeringswet (ZVW). In de praktijk worden de declaraties dan met argwaan bekeken. Cliënten zijn echter tevreden, de hulpverleners zijn tevreden…maar de zorgkantoren en gemeenten, niet.

De financiers zouden de zorg, zoals door deze organisatie aangeboden, met wat meer coulance moeten bekijken. Deze vorm van zorg werkt, en sluit aan bij de leefwereld van de betrokkenen. In de praktijk blijven de rekeningen echter onbetaald.

Gangmakers in de provincie

Een landelijke patiëntenvereniging is bezig te herstructureren. Momenteel zijn er nog provinciale verenigingen, elk met een eigen, min of meer autonoom bestuur; over een tijdje zijn die besturen weg en is er alleen een landelijk bestuur.

Op het eerste gezicht lijkt dat misschien wat vreemd. Hebben die patiënten dan niet meer baat bij ondersteuning in de buurt?

Maar er is goed over nagedacht. De gespecialiseerde zorg voor deze specifieke patiënten concentreert zich op steeds minder locaties, terwijl de uitvoerende taken verschuiven van naar de wijk en de thuiszorg. Maar zaken als lotgenotencontacten, bezoekdienst en belangenbehartiging moeten daarop aansluiten. De landelijke vereniging kan dat op dit moment niet goed organiseren. Aan de andere kant is de kennis er wel: de achterban heeft een prima beeld van wat er in welk ziekenhuis, of in welke regio, wel of niet goed geregeld is. Dat geeft kansen die nu nog niet worden benut.

Verder is de rol van lokale bestuurder niet gewild. Er zijn voldoende vrijwilligers die korte tijd een klusje willen doen, maar te weinig mensen willen in een provinciaal bestuur. Er is toch regelmatig aardig wat reistijd mee gemoeid, en ook de bestuursrol zelf wordt als zwaar gezien.

Door het wegnemen van die bestuurslaag hoopt de vereniging meer ruimte te bieden aan actieve vrijwilligersgroepen. Deze kunnen dan, meer naar eigen inzicht, bijeenkomsten en overleggen organiseren, gericht op onderlinge contacten, belangenbehartiging of informatievoorziening. Voor de één is dat een koffie-ochtend organiseren. De ander geeft graag informatie op een school. De vrijwilligers zijn in hun eigen woonomgeving actief, en gaan doen waar ze plezier aan beleven of goed in zijn. De lokale groepen opereren als een zelfsturend team en krijgen de ruimte om zelf activiteiten te ontplooien, binnen de kaders van de landelijke vereniging.

De vrijwilligers rapporteren niet meer, zoals nu, aan een lokaal bestuur, maar worden bij hun uitvoerende werkzaamheden actief ondersteund door regelaars. Verbinders. Oliemannetjes. Gangmakers, noem ik die. Mensen die actie ondernemen, zonder dat daar een projectmanager aan te pas komt. Gedreven mensen die de bedoeling kennen en van daaruit werken.

 

Groot denken, klein doen

Edificare bestond gisteren tien jaar.

Ik heb dit jubileum aangegrepen om aan een grote groep van mensen uit mijn netwerk uit te leggen wat het begrip “gangmaker” voor mij betekent.

In een eerdere opdracht heb ik ooit gezegd: “Zou het niet mooi zijn om iemand te hebben die zich gevraagd en ongevraagd bemoeit met de uitvoering van de plannen voor het Sociaal Domein?”

Edificare 10 jaar
Edificare 10 jaar

Een gangmaker is volgens mij de oplossing voor veel dingen waar ik in mijn werk tegenaan loop. De dominante cultuur in organisaties bij veranderen:

  • is planmatig
  • kost veel tijd (opstellen en aanpassen)
  • leidt af van de bedoeling
  • veroorzaakt een energie-lek

Dat mensen (of externe invloeden) werk onvoorspelbaar maken, wordt daarnaast als een obstakel gezien.

Gangmakers daarentegen:

  • werken vanuit de bedoeling
  • zonder plan, maar met meer evenwicht
  • hebben op de eerste plaats drive
  • hebben geen projectmanagement, programma of opdracht nodig
  • ondernemen actie
  • zijn proactief

Gangmakers worden door anderen als de veranderaar gezien. Daarom hebben ze betekenis in veranderprocessen, en zijn zij het die de gewenste toekomst creëren.

Interesse? De eerstvolgende workshop Gangmakers (een initiatief van Daphne Wiersma, Lia de Vos en mij) is op 11 oktober 2016. Nadere informatie volgt op deze site.

Download hier de presentatie “Groot denken, klein doen” die ik gisteren gaf.

Liefdevol kijken: omdat het kan

Samen met enkele andere wijkbewoners organiseren we allerlei culturele activiteiten. Dat gaat meestal zonder problemen. Als er geld mee gemoeid is, wordt het soms al wat lastiger.  En de combinatie met professionele (en betaalde) inzet en niet helemaal sluitende afspraken, maakt het nog een slagje complexer.

Deze week was er een gesprek gepland, omdat er wat van deze onverkwikkelijkheden waren op te lossen. Na een kennismaking waaruit bleek hoe iedereen met veel enthousiasme zich inzet voor hetzelfde leuke initiatief, de toelichtingen en de argumenten waren gewisseld, konden we afspraken maken voor volgend jaar.

Maar wat dit jaar te doen? Dat lag nog mijlenver (in euro’s) uit elkaar.  Discussie bracht ons niet verder. Totdat na een wat ongemakkelijke stilte iemand van de andere partij ons vroeg, uitnodigde eigenlijk:

“Ik vraag jullie hier liefdevol naar te kijken.”

Mijn eerste gedachte was: “Hè, wat zegt ie nou? Wat onnozel. Lekker gemakkelijk.”

In tweede instantie kreeg ik er bewondering voor: je moet het maar durven. Bij mijzelf voelde ik de bereidheid groeien: ik wílde er namelijk ook liefdevol naar kijken. De vraag keerde de toon in het gesprek en we kwamen tot een goede oplossing.

De dagen erna kon ik alleen maar met heel veel waardering aan dit gesprek denken. Wat een moed! Durf ik dat ook? En hoe vaak kijk ik – bewust – liefdevol? Gewoon, als optie. Omdat het kan.

Wie zit er aan de keukentafel?

Ik ben op bezoek bij een gemeenteraad ergens in het land. Onderwerp is het organiseren van de zogenaamde toegang voor de maatwerkvoorzieningen. Het idee daarbij is dat mensen met een begeleidingsvraag maar één keer hun verhaal hoeven te doen; en dat de ondersteuning die ze nodig hebben vervolgens direct kan starten. Nu kan het gemakkelijk zes weken duren. Hoe kan dat beter?

Het alternatief is dat de gemeente alle gesprekken en beoordelingen zelf doet, dan zal het sneller en beter gaan, is de veronderstelling. Heel even komt het idee voorbij dat de  instellingen dit werk zelf kunnen doen. Maar instellingen hebben er belang bij zoveel mogelijk te doen voor een inwoner, want dat levert geld op. Daarom is de gemeente er dus op tegen dat de instellingen met de inwoner aan de keukentafel gaan zitten.

Maar vindt u dat de gemeente geen belangen heeft? Ik zie één levensgroot belang: de geboden begeleiding mag niet te duur uitvallen.  Daarom is misschien ook de gemeente-ambtenaar niet de juiste gesprekspartner aan die keukentafel.

Maar wie dan wel?

Iedereen die beseft dat de vraag om hulp van de inwoner centraal staat en dat we voor de toekenning en beoordeling enige richtlijnen hanteren,  en begrijpt dat hij op een verantwoordelijke manier met gemeenschapsgeld dient om te gaan. Vakkennis en de juiste burgerschapszin dus.